Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2004

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AM2341.

2.18 Overeenkomstig dit standpunt heeft de rechtbank te Rotterdam bij vonnis van 13 januari 1969, NJ 1969, 357 in een geval waar de Raad voor de Kinderbescherming onder de werkgever van opposant op 13 oktober 1967 loonbeslag had gelegd en op 1 november 1967 voor een periode van 3 weken een totaal bedrag van ƒ 45,-- aan ingehouden gelden had ontvangen, beslist dat de tenuitvoerlegging van een veroordeling bij verstek tot periodieke betalingen geacht moet worden te zijn voltooid door de eerste betaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4de43aba73c9521acb6ebf012a201d632466c76014816b28e5435f01b169fd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4de43aba73c9521acb6ebf012a201d632466c76014816b28e5435f01b169fd7, en de alinea staat in dat document op bytes 23878 tot 24399.