Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2004
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AM2526.
8. Onlangs - in HR 25 maart 2003, nr. 02664/01, LJN AE9049, rov. 3.6. - heeft de Hoge Raad aangegeven wat in zijn visie in het kader van het voorwaardelijk opzet onder een "aanmerkelijke kans" moet worden verstaan: het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten. Daar voegde de Hoge Raad aan toe, dat voor de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. In HR 24 juni 2003, LJN AF8058 ziet de Hoge Raad een kans van 1 op 250 à 300 kennelijk als "aanmerkelijke kans" (rov. 3.6.3. jo. rov. 3.2.2. onder 8 ten aanzien van het oplopen door een seksuele gedraging van besmetting met het HIV-virus).(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bf31945328a36c78df006b0a95160afa6211aa6f9b1c5bd42537d4b4a90dfbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bf31945328a36c78df006b0a95160afa6211aa6f9b1c5bd42537d4b4a90dfbf, en de alinea staat in dat document op bytes 17909 tot 18779.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bf31945328a36c78df006b0a95160afa6211aa6f9b1c5bd42537d4b4a90dfbf | shasum -a 256