Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2004

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AM2529.

6. Het Hof heeft, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, vastgesteld dat verdachte tussen 12 mei 1999 en 16 mei 1999 herhaaldelijk contact heeft gehad met de Duitser "[betrokkene 1]" - van wie in verdachtes telefoonklapper een Duits telefoonnummer staat vermeld - en aan deze softdrugs (weed en hashish) heeft verkocht en vervolgens een bedrag van DM 25.620,= tot zijn beschikking heeft gekregen. Aldus heeft het Hof kennelijk als zijn oordeel tot uitdrukking willen brengen dat verdachte - minstgenomen - zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat genoemde softdrugs naar het buitenland werden gebracht en dat daarmee zijn opzet daarop voorwaardelijk was gericht.(1)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e218afe37327ed7e1b776224892bee1ca19e814e98f009927fa98059b4beed65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e218afe37327ed7e1b776224892bee1ca19e814e98f009927fa98059b4beed65, en de alinea staat in dat document op bytes 14939 tot 15668.