Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004

Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN7849.

2.5.2 Naar het oordeel van de Rechtbank volgt uit de stellingen van de Staat dat hij [verweerder] niets verwijt, maar dat hijzelf onvoldoende oplettend is geweest bij de feitelijke uitkering. Gelet op artikel 21 sub b BWOO vervalt het terugvorderingsrecht in dat geval twee jaar na de dag van betaalbaarstelling. Daar de laatst betaalde termijn (uiterlijk) in 1996 was, is de Staat met een dagvaarding van maart 1999 ruimschoots te laat (rov. 3.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3de8f9df152116d586af43731e340e2e2d40ed2c86a10e8b33f95af789cdc4e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3de8f9df152116d586af43731e340e2e2d40ed2c86a10e8b33f95af789cdc4e0, en de alinea staat in dat document op bytes 37023 tot 37484.