Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN8601.
3.7 Op grond van het oude recht moest de vordering tegen de inlener/niet-werkgever worden gebaseerd op art. 6:162 BW.(5) Het ligt al aanstonds weinig voor de hand dat, zonder wettelijke basis - die ook het huidige art. 7:658 lid 4 BW niet geeft - een op die grondslag stoelende vordering bij de Kantonrechter kan worden ingediend ongeacht het beloop van de vordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a07dca027b5e60926de4f3e6e2bb4ef3cf9a42ba43adf44ece306aa9a7ffc840. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a07dca027b5e60926de4f3e6e2bb4ef3cf9a42ba43adf44ece306aa9a7ffc840, en de alinea staat in dat document op bytes 10863 tot 11243.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a07dca027b5e60926de4f3e6e2bb4ef3cf9a42ba43adf44ece306aa9a7ffc840 | shasum -a 256