Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN8601.
3.17 Al het bovenstaande voert tot de slotsom dat de precieze strekking en betekenis van art. 7:658 lid 4 BW vooralsnog enigszins onduidelijk zijn. De gevolgen van algemene uitspraken zijn moeilijk te overzien. Een oordeel inhoudend dat tussen het oude en het huidige recht geen noemenswaardige verschillen bestaan, zou ofwel voor oude zaken nieuwe aansprakelijkheden in het leven roepen, dan wel mogelijke vernieuwingen de pas afsnijden. Het laatste kan niet bekoren, het eerste zou fundamenteel onjuist zijn. Me thans beperkend tot de puur Nederlands rechtelijke dimensie zou zulks niet stroken met één van de fundamenten van het wettelijk overgangsrecht: het van toepassing worden van de wet doet geen nieuwe vorderingsrechten ontstaan (art. 69 aanhef en onder d).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a07dca027b5e60926de4f3e6e2bb4ef3cf9a42ba43adf44ece306aa9a7ffc840. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a07dca027b5e60926de4f3e6e2bb4ef3cf9a42ba43adf44ece306aa9a7ffc840, en de alinea staat in dat document op bytes 18113 tot 18895.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a07dca027b5e60926de4f3e6e2bb4ef3cf9a42ba43adf44ece306aa9a7ffc840 | shasum -a 256