Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004

Alinea 159 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN8721.

Naar aanleiding van de desbetreffende opmerkingen van de RCO (Raad van de Centrale Ondernemingsorganisaties; JO) merk ik op dat, indien de leverancier bij de verificatie van het btw-identificatienummer van zijn klant een melding krijgt dat het opgegeven nummer onjuist is, hij niet zonder meer btw in rekening dient te brengen. Voor de toepassing van het nultarief is immers maatgevend of de afnemer als ondernemer opereert. Als de leverancier de indruk heeft dat de afnemer wel een ondernemer is, maar het verstrekte btw-identificatienummer onjuist is, ligt het voor de hand dat hij zich met zijn afnemer verstaat om een en ander op te helderen. De mate waarin en de diepgang waarmee de leverancier extra inspanningen kan doen om het juiste btw-identificatienummer te achterhalen hangt sterk af van de tijd die hij heeft bij de transactie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/196acbe015392a6c2f0b54c13ceef5e34310f44f4e6b3b711bf4d74becce95d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 196acbe015392a6c2f0b54c13ceef5e34310f44f4e6b3b711bf4d74becce95d0, en de alinea staat in dat document op bytes 63755 tot 64608.