Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004

Alinea 211 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN8721.

Een dergelijke invulling van de onderworpenheidseis acht ik niet strijdig met de omstandigheid dat de verificatieprocedure géén voorwaarde is die vervuld moet worden voordat aan toepassing van het nultarief kan worden toegekomen.(76) Allereerst staat de omstandigheid dat geen verificatie heeft plaatsgevonden niet aan de aanspraak op toepassing van het nultarief in de weg indien sprake is van bonafide afnemers. Voorts kan de belastingplichtige/ondernemer-leverancier ook op andere wijze overtuigend aantonen dat bij de vaststelling van de BTW-status van de afnemer de nodige zorgvuldigheid is betracht. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie waarbij een officiële verklaring van de belastingautoriteit van de andere lidstaat wordt overgelegd waaruit de onderworpenheid van de afnemer volgt.(77)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/196acbe015392a6c2f0b54c13ceef5e34310f44f4e6b3b711bf4d74becce95d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 196acbe015392a6c2f0b54c13ceef5e34310f44f4e6b3b711bf4d74becce95d0, en de alinea staat in dat document op bytes 85749 tot 86580.