Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN9358.

Tijdens een huiszoeking in het huis van verzoeker op 11 april 2000 is een handgeschreven brief aangetroffen. De zes pagina's tellende brief bevat informatie over verschillende modi operandi om een gewapende overval op een geldauto uit te voeren. In de brief wordt meestentijds gesproken in de 'wij-vorm' (bewijsmiddel 9; via een verwijzing maakt de brief integraal onderdeel uit van bewijsmiddel 10). Verzoeker heeft de bewuste brief begin februari 2000 gekregen van een medegedetineerde. De brief zat in een blanco, dichtgeplakte enveloppe. Verzoeker heeft de enveloppe opengemaakt, de brief helemaal gelezen en in zijn jaszak bewaard. De brief heeft tot aan de huiszoeking in verzoekers jaszak gezeten (bewijsmiddel 1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143, en de alinea staat in dat document op bytes 8632 tot 9366.