Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN9358.
12. De rechtsvraag is of het hof uit bovenstaande vaststellingen heeft kunnen afleiden dat verzoeker opzettelijk een informatiedrager voorhanden heeft gehad die kennelijk bestemd was tot het in vereniging begaan van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld, kortom dat verzoeker zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbare voorbereidingshandeling als bedoeld in art. 46 Sr.(1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143, en de alinea staat in dat document op bytes 9404 tot 9828.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143 | shasum -a 256