Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN9358.

17. Heeft het hof met deze oordelen toegegeven aan een vorm van "intentie-strafrecht", zoals de volgende klacht luidt? Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel dat heeft geleid tot strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen (Stb. 1994, 60) is dit argument uitvoerig aan bod gekomen én verworpen. Van "intentie-strafrecht, ook wel "Gesinnungsstrafrecht", is volgens Strijards (o.c. p. 40) sprake wanneer een bepaalde religieuze, maatschappelijke of politieke overtuiging wordt gestraft, zonder dat die overtuiging tot uitdrukking is gekomen in een handeling die voor het rechtsverkeer of een bepaalde rechtsgenoot storende gevolgen heeft gehad. Ik zou willen opmerken dat intentiestrafrecht ruimer is dan Gesinnungsstrafrecht in de zojuist beschreven zin. We spreken dan over gedachten die vrij zijn en op zichzelf, zonder enige uiting van die gedachten in de buitenwereld, geen aanleiding kunnen geven tot bestraffing. Wie zijn vijand wenst te doden, graag zijn bank zou willen oplichten, een ingenieuze methode uitdenkt om brand te stichten of de gedachte aan het de bosjes in sleuren van een kind niet uit z'n hoofd krijgt, die kan nochtans niet op enigerlei wijze gestraft worden.(2) Er moet een 'overt act' kunnen worden aangewezen waarin de criminele intentie zich openbaart (zie Smith, o.c. p. 180 voor de traditionele Engelse opvatting, die hier universele gelding lijkt te - of in ieder geval zou moeten - hebben; de 'overt act' remt ook de klakkeloosheid van het aannemen van strafbaarheid op grond van de simpele combinatie van een intentie met een alledaagse handeling, zoals ik het bezwaar van Kelk begrijp, Studieboek materieel strafrecht, 2e, p. 333). Gaan criminele intenties van verschillende personen samen dan kan dat, vanwege het verhoogde gevaar op uitvoering daarvan, aanleiding zijn voor de strafbaarstelling van samenspanning (art. 80 Sr), conspiracy (deels strafbaar gesteld bij de Engelse Criminal Law Act van 1977) of Versuch der Beteiligung (§ 30 StGB). Ook in deze gevallen is er overigens sprake van openbaring van een criminele intentie (en van de kenbaarheid daarvan) in de buitenwereld, zij het op onstoffelijke wijze.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143, en de alinea staat in dat document op bytes 12776 tot 14964.