Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN9358.

18. Cruciaal is of de gedachte achter de strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen als basis heeft een abstracte gevaarzetting (Engeland) of een concrete gevaarzetting (Duitsland, Zwitserland, zie Smith, o.c., p. 209). Ten onzent moet op grond van de tekst van art. 46 (een middel ter voorbereiding van dat misdrijf) worden aangenomen dat het om een concreet misdrijf gaat, en niet om misdrijven in het algemeen. Over de vraag hoe concreet een misdrijf moet zijn voorgenomen biedt de wet geen uitsluitsel. In HR 17 september 2002, NJ 2002, 626 ging het om lieden die met gestolen auto's een bank 'aflegden' en geldauto's volgden, en tijdens zo'n observatierit in de kraag werden gegrepen; in de auto werd een bivakmuts aangetroffen. Niet kon worden vastgesteld wanneer, waar en hoe de verdachte de overval zou uitvoeren. Mijn ambtgenoot Machielse concludeerde dat hier sprake was van voorbereidingshandelingen voor een overval op een geldwagen, waarvan de ervaring leert dat die met geweld gepaard gaat (waarom zouden geldlopers anders geld afgeven?).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143, en de alinea staat in dat document op bytes 14984 tot 16054.