Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN9358.
21. Met Smith kan dus worden vastgesteld dat een nader bepaald misdrijf vereist is om volgens art. 46 Sr tot strafbaarheid te kunnen besluiten (o.c., p. 210). Maar anders dan Strijards lijkt Uw Raad niet geporteerd voor een naar tijd en plaats nauw omschreven misdrijf (o.c., p. 118). Immers, noch de plaats noch de tijd van het misdrijf stonden in de besproken casus vast, en evenmin het beoogde slachtoffer. Toch kan er weinig twijfel over de gerichtheid van de geconstateerde gedragingen bestaan. Ik neem aan dat sprake was van een - in de woorden van De Hullu, o.c. p. 415 - voldoende geconcretiseerd plan, en dat hier niet veel verschil bestaat met de benadering van Remmelink die - toen deze bepaling ongeveer twee jaar oud was - schreef dat er wetenschap moet zijn van de aard van de te verrichten gedraging (HSR, 15e, p. 415).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143, en de alinea staat in dat document op bytes 17679 tot 18526.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4db3ebfd6790842ebcd1c2e4637a50ba63a9a03310a1f43953799d0c2521b143 | shasum -a 256