Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN9690.

2.4 Bij de beoordeling van het onderdeel stel ik voorop dat dit feitelijke grondslag mist, voor zover het ervan uitgaat dat het hof de behoefte van [de dochter] aan de hand van het gezamenlijk inkomen van de ouders heeft vastgesteld. Het hof is (bij de toepassing van de Tabel eigen aandeel kosten van kinderen) slechts van het inkomen van de man en niet van het gezamenlijk inkomen van partijen (hetgeen tot een hogere behoefte van [de dochter] zou hebben geleid) uitgegaan. Aldus uitdrukkelijk in rov. 4.3: "(...) Dit heeft tot gevolg dat het hof voor de bepaling van de behoefte van [de dochter] uitgaat van het inkomen van de man (...)." Overigens was ook de rechtbank slechts van het inkomen van de man uitgegaan: (eindbeschikking, p. 2, vijfde tekstblok: "Dat betekent dat (...) moet worden uitgegaan van het netto inkomen van de man (...) Aan de hand van voornoemd rapport (het in het derde tekstblok genoemde "rapport kosten van kinderen"; LK) en voormeld netto maandinkomen is de behoefte van [de dochter] in ieder geval vast te stellen op (...)."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/005cda8a80c607b83684308d9a1df6dd8528bfb339cd605bdb60df8ab93a7e79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 005cda8a80c607b83684308d9a1df6dd8528bfb339cd605bdb60df8ab93a7e79, en de alinea staat in dat document op bytes 11547 tot 12616.