Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN9690.
6 Zie onder meer HR 4 september 1998, NJ 1998, 827 en de conclusie van A-G Langemeijer voor dit arrest, in het bijzonder onder 2.16, en HR 24 november 1995, NJ 1996, 260. Wel moet ook in alimentatiezaken worden uitgegaan van de onverkorte gelding van "het grondbeginsel van een behoorlijke rechtspleging dat elke rechterlijke beslissing tenminste zodanig moet worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtengang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden - in geval van openstaan van hogere voorzieningen: de hogere rechter daaronder begrepen - controleerbaar en aanvaardbaar te maken (vgl. HR 4 juni 1993, nr. 15 096, NJ 1993, 659 en HR 7 april 1995, nr. 8631, NJ 1997, 21)"; zie HR 16 oktober 1998, NJ 1999, 7, rov. 3.5.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/005cda8a80c607b83684308d9a1df6dd8528bfb339cd605bdb60df8ab93a7e79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 005cda8a80c607b83684308d9a1df6dd8528bfb339cd605bdb60df8ab93a7e79, en de alinea staat in dat document op bytes 32536 tot 33332.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/005cda8a80c607b83684308d9a1df6dd8528bfb339cd605bdb60df8ab93a7e79 | shasum -a 256