Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2004
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN9913.
7. Deze overweging van het Hof moet als volgt worden verstaan. Als verdachte naar haar zeggen geen glas heeft vastgehouden en daarmee vervolgens [het slachtoffer] niet in het gezicht heeft gestoken doch zij volgens haar zeggen haar vriend heeft vastgehouden, dan valt niet in te zien hoe zij de bewezenverklaarde handeling als handeling ter verdediging van haar vriend en/of haarzelf tegen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door [het slachtoffer] heeft verricht. In haar lezing van de gebeurtenissen heeft zij zich juist niet verdedigd. Dat betekent dat niet aannemelijk is geworden dat zij de bewezenverklaarde handeling heeft verricht 'ter verdediging', dat wil zeggen dat de voor noodweer vereiste verdedigingswil(1) niet aanwezig was. Daarmee ontbreekt aan het beroep op noodweer c.q. noodweerexces de feitelijke grondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbbceebf63693f8a352aff2dedc495dbdbda98351016047ecb428cf23dabaa89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbbceebf63693f8a352aff2dedc495dbdbda98351016047ecb428cf23dabaa89, en de alinea staat in dat document op bytes 11268 tot 12119.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbbceebf63693f8a352aff2dedc495dbdbda98351016047ecb428cf23dabaa89 | shasum -a 256