Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2004

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN9913.

1 Hazewinkel-Suringa-Remmelink, vijftiende druk, 1996, blz. 314; NLR, aant. 6 op art. 41 Sr, suppl.92; De Hullu, Materieel strafrecht, tweede druk, 2003, blz. 319- 320. Kritisch over deze eis Machielse, Noodweer in het strafrecht, diss. Amsterdam 1986, blz. 588. Zijns inziens verdraagt het karakter van noodweer als rechtvaardigingsgrond zich niet met het subjectieve karakter van de verdedigingswil als rechtvaardigingselement. In die visie had het Hof bij de beantwoording van de vraag of het bewezenverklaarde feit "ter verdediging" was verricht alleen het objectieve karakter van de handeling mogen betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbbceebf63693f8a352aff2dedc495dbdbda98351016047ecb428cf23dabaa89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbbceebf63693f8a352aff2dedc495dbdbda98351016047ecb428cf23dabaa89, en de alinea staat in dat document op bytes 16836 tot 17463.