Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO0075.

8.9 Betaling van lijfrente- of pensioenpremie kan echter niet als verwervingskost afgetrokken worden van inkomsten aan de verwerving waarvan die premie toegerekend moet worden, domweg omdat die inkomsten er nog niet zijn, maar pas in de (verre) toekomst genoten zullen worden. De premie wordt bestreden uit het toevallige aktuele inkomen, en wel - wegens ontoerekenbaarheid - evenredig uit elk onderdeel van dat aktuele inkomen. De toerekening aan de pensioen- of lijfrente-uitkeringen geschiedt pas later: dan wordt de aftrek teruggenomen door volledige belasting van de uitkeringen of wordt de saldomethode toegepast. In het jaar van betaling kan men, indien de wet die betaling aftrekbaar stelt, de aftrekpost niet anders dan aan het gehele inkomen toerekenen. Daaruit volgt dat ook deze aftrekposten de De Groot-regel volgen en dus bij evenredige belastingvrijstelling in de noemer van de voorkomingsbreuk vergolden moeten worden. Ik merk op dat ook indien men dergelijke aan toekomstige specifieke inkomsten toerekenbare aftrekposten in de onderhavige context als verwervingskosten zou willen behandelen, het effect in de voorkomingsbreuk naar nationaal recht reeds hetzelfde zou zijn als dat van toepassing van de De Groot-regel. In de noemer komen immers de "zuivere" inkomsten (thans: "het inkomen uit werk en woning") terecht, dus na aftrek van aftrekbare verwervingskosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d033aeb6b65d9060b7bd3a36a96e8f1162259886f28c269f28e1c90f306ae551. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d033aeb6b65d9060b7bd3a36a96e8f1162259886f28c269f28e1c90f306ae551, en de alinea staat in dat document op bytes 38531 tot 39927.