Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2004

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO0970.

7) In het licht van die gegevens, kon het hof geredelijk oordelen dat er ten tijde van de rechtsopvolging door [verweerder] c.s. hoe dan ook geen recht meer kon bestaan uit hoofde van de beweerdelijk bedongen koopoptie (maar hoogstens een recht uit hoofde van de koop die in het verlengde van het optierecht zou zijn gesloten). Verplichtingen uit een koopovereenkomst gaan inderdaad niet over op een derde die het voorwerp van de koopovereenkomst verwerft vóór er levering heeft plaatsgehad - de uitzonderingsregel van art. 7A:1612 is dan niet van toepassing, ook als de koper intussen huurder van het betreffende object was. (Het middel klaagt er trouwens niet over dat het in dit opzicht rechtens anders zou zijn dan het hof heeft aangenomen, zodat onderzoek van die vraag in cassatie buiten de orde is.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69fcdf7d16262f05589531288555348dfc940c191619657e3aa7a5339e77aa73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69fcdf7d16262f05589531288555348dfc940c191619657e3aa7a5339e77aa73, en de alinea staat in dat document op bytes 9491 tot 10313.