Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2004

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO0970.

Ik zie echter geen enkele reden om de optieverhouding die in deze zaak volgens [eiser] c.s. zou hebben bestaan, te beoordelen als een "achterliggende" rechtsverhouding, die in de opvatting van de daarbij betrokken partijen zin en gelding zou behouden, ook nadat de koop waarop die optie gericht was, tot stand zou zijn gekomen. Door de totstandkoming van de koop was aan de aanspraken die [eiser] c.s. - beweerdelijk - aan het optierecht konden ontlenen geheel voldaan; op de voet van het eerder besprokene konden [eiser] c.s. daarna dus geen rechten uit hoofde van de optie meer geldend maken, en konden de desbetreffende verplichtingen niet op [verweerder] c.s. overgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69fcdf7d16262f05589531288555348dfc940c191619657e3aa7a5339e77aa73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69fcdf7d16262f05589531288555348dfc940c191619657e3aa7a5339e77aa73, en de alinea staat in dat document op bytes 11562 tot 12248.