Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2004

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO0970.

11) Ik merk nog op dat het hof de breed geformuleerde beschouwingen over "uitvoeringsovereenkomsten" die in het middel aan het hof worden toegeschreven (en vervolgens bestreden), niet heeft omarmd(10). Het heeft slechts geoordeeld dat in dit geval aan de beweerdelijk geldende optie gevolg zou zijn gegeven (en daarmee: verder effect zou zijn ontnomen) door de ook volgens [eiser] c.s. na het totstandkomen van de huurovereenkomst gesloten koop. Ik kan slechts herhalen dat dat oordeel aansluit bij wat in de gewone gang der dingen pleegt te worden aangenomen als wordt gesproken over (de uitoefening van) een optierecht, en dat het door het hof gegeven oordeel dus noch als rechtens onjuist noch als onvoldoende begrijpelijk kan worden bestempeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69fcdf7d16262f05589531288555348dfc940c191619657e3aa7a5339e77aa73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69fcdf7d16262f05589531288555348dfc940c191619657e3aa7a5339e77aa73, en de alinea staat in dat document op bytes 12770 tot 13531.