Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO1991.
3.3 Middelonderdeel 3a gaat, voorzover het al voldoet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv., uit van de onjuiste veronderstelling dat de kinderrechter uitsluitend heeft gelet op hetgeen de Stichting Jeugdbescherming Zeeland naar voren heeft gebracht. Uit de beschikking van de kinderrechter van 7 februari 2003 (p. 2) blijkt echter dat zij haar oordeel mede heeft gebaseerd op overgelegde stukken en de door [het kind] geuite signalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/190872eed647fb3fe92c07d2c10e3533c4f6471f6cce98a948b153263b252fb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 190872eed647fb3fe92c07d2c10e3533c4f6471f6cce98a948b153263b252fb3, en de alinea staat in dat document op bytes 14617 tot 15065.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/190872eed647fb3fe92c07d2c10e3533c4f6471f6cce98a948b153263b252fb3 | shasum -a 256