Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO1991.

Nu in cassatie ervan kan worden uitgegaan dat de moeder (en haar partner) behoorlijk zijn opgeroepen om ter zitting van de kinderrechter van 7 februari 2003 te verschijnen en hun advocaat namens hen het woord heeft gevoerd, is aan het vereiste van hoor en wederhoor voldaan. Hierop stuit het middelonderdeel 3a m.i. al af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/190872eed647fb3fe92c07d2c10e3533c4f6471f6cce98a948b153263b252fb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 190872eed647fb3fe92c07d2c10e3533c4f6471f6cce98a948b153263b252fb3, en de alinea staat in dat document op bytes 17480 tot 17815.