Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO1991.

Zo heeft de Hoge Raad in zijn beschikking van 28 oktober 1988, NJ 1989, 124 beslist dat de strekking van art. 902 oud Rv. is dat de aldaar bedoelde rechterlijke beslissingen, waaronder die tot uithuisplaatsing als bedoeld in art. 1:263 lid 1 oud BW, niet mogen worden gegeven zonder dat de ouders in de gelegenheid zijn gesteld zich daaromtrent tegenover de rechter uit te spreken. Op de grond dat het aan het hof niet vrijstond om in geval van vernietiging van de beschikking van de kinderrechter de zaak terug te wijzen, heeft het hof in die zaak naar het oordeel van de Hoge Raad dan ook zonder schending van art. 6 EVRM het verzuim van de kinderrechter om de moeder te horen althans behoorlijk op te roepen hersteld door de bestreden beschikking niet te bekrachtigen dan na de moeder te hebben gehoord (rov. 3.1)(14).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/190872eed647fb3fe92c07d2c10e3533c4f6471f6cce98a948b153263b252fb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 190872eed647fb3fe92c07d2c10e3533c4f6471f6cce98a948b153263b252fb3, en de alinea staat in dat document op bytes 20705 tot 21540.