Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3045.
1.8 De curator heeft aan de primaire vordering ten grondslag gelegd dat LIR de jaarrekening over het jaar 1994 op 1 maart 1996 heeft gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Arnhem. Daarmee is de termijn van art. 2:394 lid 3 BW ruimschoots overschreden. De curator verbindt hieraan de conclusie dat de bestuurder van LIR haar taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hij beroept zich op het bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW. Als bestuurder kan volgens de curator worden aangesproken RDB en - mede op grond van art. 2:11 BW- [eiser 2] in privé.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed, en de alinea staat in dat document op bytes 7108 tot 7751.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed | shasum -a 256