Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3045.

2.2 Het middel klaagt onder 1.2 dat hetgeen het hof in de laatste alinea van rechtsoverweging 5.4 heeft overwogen onjuist dan wel onbegrijpelijk is omdat het hof onvoldoende heeft onderkend dat RDB zelf schuldeiser van LIR was, zodat zowel LIR als RDB er belang bij hadden dat met die dividenduitkering LIR jegens RDB zou zijn gekweten, zodat RDB beroep op schuldverrekening mocht doen. Van kennelijke onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur kan in zo'n situatie geen sprake zijn, aldus de klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed, en de alinea staat in dat document op bytes 15926 tot 16441.