Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3045.
2.10 Het middel klaagt in 2.4 dat de eerste volzin van rechtsoverweging 5.7 rechtens onjuist dan wel onbegrijpelijk is. Volgens het middel heeft het hof miskend dat de schuld op RDB niet tot het vermogen van LIR behoort of heeft behoord, zolang er sprake was van een rekening-courant verhouding tussen deze rechtspersonen en een bevoegdheid tot verrekening uit hoofde daarvan. De klacht faalt omdat zij miskent dat RDB met het dividendbesluit een verrekeningsmogelijkheid heeft gecreëerd die daarvoor niet bestond. LIR had een van 1995 daterende vordering op RDB en die vordering is tenietgegaan door verrekening toen RDB in april 1996 besloot zich dividend te laten uitkeren en deze dividendvordering vervolgens met de uit 1995 daterende vordering te verrekenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed, en de alinea staat in dat document op bytes 22327 tot 23104.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed | shasum -a 256