Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3045.

2.11 Voorts komt het middel in 2.5 op tegen rechtsoverweging 5.7. Deze klacht betoogt dat het hof zich heeft bezondigd aan het aanvullen van feiten en/of verweermiddelen van de curator. Deze heeft niet gesteld dat - kort gezegd - LIR het bedrag van ƒ 800.000,= in cash zou hebben kunnen omzetten en niet op verdere kredietruimte zou zijn aangewezen. De curator heeft volstaan met het stellen van algemeenheden en niet met die concrete invullingen of beschouwingen die het hof hier "pleegt", aldus het middel. De klacht treft geen doel, omdat zij miskent dat het hof in rechtsoverweging 5.7 geen feiten aanvult, maar op basis van de vastgestelde feiten gevolgtrekkingen maakt teneinde zijn beslissing te onderbouwen. Art. 48 (oud) Rv. en art. 25 Rv. bevatten de positieve opdracht aan de rechter om de feiten uit te leggen, daaruit conclusies te trekken en het recht daarop toe te passen(4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed, en de alinea staat in dat document op bytes 23124 tot 24028.