Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3045.
2.21 In 5.2 klaagt het middel dat deze rechtsoverwegingen onjuist dan wel onbegrijpelijk zijn dat - kort gezegd - RDB bevoegd was om dividend te nemen en daarin dus geen onrechtmatig handelen kan zijn gelegen terwijl het hof voorts niets heeft vastgesteld omtrent de oorzaken van het faillissement, zodat het hof niet zonder nadere toelichting kan stellen dat er geen rechtvaardigiging was dat RDB LIR in een discontinuïteitsituatie bracht. De klacht faalt wegens gemis aan feitelijke grondslag. Het hof heeft m.i. over de oorzaak van het faillissement in rov. 5.10 overwogen dat RDB als bestuurder heeft meegewerkt aan de dividendverrekening en een abrupte ontvlechting van LIR onder vermindering van haar eigen solvabiliteit en liquiditeit heeft bewerkstelligd. Het gevolg daarvan was dat zij LIR heeft prijsgegeven aan de in de vorm van een faillissement opgetreden discontinuïteit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed, en de alinea staat in dat document op bytes 33168 tot 34068.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b52142bbfb354ca38923454a2383986e47c794a572c91565cd8ae2e95e9a7eed | shasum -a 256