Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3545.

60. Eveneens ten overstaan van Duitse opsporingsambtenaren heeft [betrokkene 6] verklaard dat hij door een Duitse man was benaderd, die hem een beloning in het vooruitzicht stelde voor het overnemen en bewaren van hashish. Die persoon gaf [betrokkene 6] opdracht om op 8 september 1997 naar het Victoria Hotel in Amsterdam te gaan, waar hij een persoon zou ontmoeten die hem in contact zou brengen met een andere persoon die de verdovende middelen naar Duitsland zou brengen. Daar zou [betrokkene 6] de verdovende middelen moeten overnemen. [Betrokkene 6] maakte (naar te begrijpen valt: toen hij naar het Victoria Hotel in Amsterdam was gekomen) contact met een Marokkaans sprekende man, die hem voorstelde aan [betrokkene 2], die de verdovende middelen naar Duitsland zou brengen. Van een foto herkende [betrokkene 6] [medeverdachte 1] als de Marokkaans sprekende man (bewijsmiddel 27).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297, en de alinea staat in dat document op bytes 56497 tot 57398.