Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3545.
6. Anders dan het Hof meen ik dat aldus in herkenbare vorm het verweer is gevoerd dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM tijdens de behandeling in hoger beroep is overschreden. Een dergelijk verweer behoeft een gemotiveerde beslissing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297, en de alinea staat in dat document op bytes 11119 tot 11393.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297 | shasum -a 256