Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3545.

19. Ik kan mij voorstellen dat de pleitaantekeningen bij het Hof enige irritatie, en wellicht een gevoel van moedeloosheid, hebben gewekt. Het stuk bevat een aaneenschakeling van klachten, of suggesties, betreffende onrechtmatig handelen waarbij ten dele (processuele) feiten worden genoemd die, zoals zij worden gepresenteerd, met schendingen van rechtsnormen niet aanstonds in verband zijn te brengen, laat staan dat zij zodanige onrechtmatigheden kunnen opleveren dat het vervolgingsrecht kan worden aangetast. Zo valt niet in te zien waarom de omstandigheid dat de Rechtbank heeft moeten beslissen op een beklag tegen het opleggen van 'beperkingen' op zichzelf beschouwd relevant is voor beoordeling van de rechtmatigheid van het optreden van het Openbaar Ministerie. Evenmin valt in te zien waarom in dit licht belang toekomt aan de omstandigheid dat de Rechtbank een bezwaarschrift tegen een "summiere tenlastelegging" (waarmee wordt gedoeld op een dagvaarding die op de voet van art. 261, derde lid, Sv is uitgebracht) heeft afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297, en de alinea staat in dat document op bytes 22780 tot 23835.