Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3545.
25. Over de feitelijke grondslag van het (onderdeel van het) verweer betreffende de observaties heeft het Hof ten dele beslist. Ten betoge dat er sprake moet zijn geweest van een pro-actief (verkennend) onderzoek voerde de raadsman aan dat weliswaar twee personen ([medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]) reeds sedert september/oktober 1996 als verdachten werden aangemerkt, doch nadien is vastgesteld dat de verdenking ten aanzien van [medeverdachte 1] ongefundeerd was, en ten aanzien van [medeverdachte 2] geen gegevens voorhanden waren waarop destijds een verdenking gebaseerd kon zijn. Eerst de vondst van 2000 kilogram hashish, bij een op 11 september 1997 gehouden huiszoeking, kon, aldus de raadsman, steun geven aan een bepaalde verdenking. De opmerking dat inmiddels was gebleken dat [medeverdachte 1] ten onrechte als verdachte is aangemerkt stoelt kennelijk op de omstandigheid dat deze persoon door het Gerechtshof eerder is vrijgesproken van al hetgeen hem was tenlastegelegd, naar luid van de pleitaantekeningen omdat op basis van onjuiste gegevens een gerechtelijk vooronderzoek tegen hem was ingesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297, en de alinea staat in dat document op bytes 26096 tot 27228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297 | shasum -a 256