Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3545.
In verband met onrechtmatig optreden zal de bevoegdheid om de verdachte (verder) te vervolgen het Openbaar Ministerie slechts ontzegd mogen worden indien aannemelijk is dat er ernstige inbreuken op de beginselen van een behoorlijke procesorde zijn gemaakt, waardoor doelbewust of met grove verwaarlozing van diens belangen tekort is gedaan op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak, vgl. HR NJ 1996, 249. In uitzonderlijke gevallen kan er voldoende aanleiding zijn het Openbaar Ministerie wegens onrechtmatigheden niet-ontvankelijk te verklaren ook zonder dat de verdachte daadwerkelijk in zijn belangen is geschaad, namelijk indien er sprake is van onrechtmatig handelen waardoor essentiële voorwaarden voor een behoorlijke strafprocedure ernstig zijn aangetast, vgl. HR NJ 1999, 567. De kring van mogelijke onrechtmatigheden die een zo zwaarwegende inbreuk op de grondslagen van het strafproces vormen dient zeer eng te worden getrokken, vgl. HR NJ 2002, 8.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297, en de alinea staat in dat document op bytes 29346 tot 30349.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297 | shasum -a 256