Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3545.

De stelling dat een gerechtelijk vooronderzoek tegen verzoeker (in de aan diens aanhouding voorafgaande onderzoeksfase) is vermeden met het onzuivere oogmerk de verdediging bepaalde informatie te onthouden, treft ook mij als onvoldoende onderbouwd. Dat geldt ook voor de stelling dat verrichtingen of bevindingen in het opsporingsonderzoek zijn verzwegen of verkeerd voorgesteld. Dit onderdeel van het betoog berustte in belangrijke mate op gevolgtrekkingen van de raadsman: door de politie vermelde gegevens die hem onwaarschijnlijk voorkwamen of een gang van zaken zoals die zich volgens de raadsman in werkelijkheid moet hebben voorgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eae375c44b1b0afd79c033dccf4bd67145043fa37e0da43b571a78845b56d297, en de alinea staat in dat document op bytes 32513 tot 33169.