Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO5050.
3.3 Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde en anderszins aannemelijk geworden omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de - beweerdelijk - bij de verdachte bestaande vrees dat (leden van) de rechtbank jegens de verdachte een vooringenomenheid koesterden, - objectief- gerechtvaardigd was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e, en de alinea staat in dat document op bytes 13889 tot 14244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e | shasum -a 256