Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO5050.

3.5 Op het vonnis inzake [betrokkene 1] kan het betoog van de raadsman niet steunen. De onder A bedoelde overwegingen in dit vonnis moeten al aanstonds worden aangemerkt als ongeschikt om vrees voor partijdigheid te rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat [betrokkene 1] heeft gefungeerd als contactpersoon voor een criminele organisatie, dat zij voor die organisatie een "safe house" heeft gehad en dat zij gelden met betrekking tot hard drugs heeft bewaard. Daarmee is expliciet noch impliciet vooruitgelopen op de beoordeling in deze zaak van het verwijt dat aan de verdachte wordt gemaakt ter zake van deelneming aan dezelfde criminele organisatie. Dat de verdachte met [betrokkene 1] is getrouwd en destijds met haar een gezamenlijke huishouding voerde, mocht de verdachte geen grond geven om te vrezen dat de rechtbank niet onpartijdig zou zijn bij de beoordeling van de onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten. Opmerking verdient trouwens dat de rechtbank de verdachte van feit 4 heeft vrijgesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e, en de alinea staat in dat document op bytes 14835 tot 15854.