Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO5050.

3.6 Ook het vonnis inzake [medeverdachte 6] kan het betoog van de raadsman niet dragen. De rechtbank achtte, blijkens het onder B gestelde, bewezen dat [medeverdachte 6] betrokken was bij het voorhanden hebben van een tas met 19,4 kg amfetamine en bij het afleveren van die tas aan een criminele organisatie. Daarmee is expliciet noch impliciet vooruitgelopen op de beoordeling in deze zaak van de verwijten die aan de verdachte worden gemaakt ter zake van strafrechtelijke betrokkenheid bij (19,4 kg) amfetamine en ter zake van deelneming aan dezelfde criminele organisatie. Dat uit het dossier blijkt dat de persoon aan wie een tas met daarin (eventueel) 19,4 kg amfetamine is afgeleverd, (alleen) de verdachte kan zijn en dat de verdachte erkent "zo'n tas" te hebben ontvangen, mocht de verdachte geen grond geven om te vrezen dat de rechtbank niet onpartijdig zou zijn bij de beoordeling van de onder 3, 5 en 6 tenlastegelegde feiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e, en de alinea staat in dat document op bytes 15862 tot 16813.