Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO5050.
3.8 Anders dan uit het betoog van de raadsman volgt, valt voor de verdachte in die eerdere overwegingen van de rechtbank geen zodanige objectieve rechtvaardiging te vinden. Die eerdere overwegingen toch betekenen niet dat daarmee werd vooruitgelopen op de beoordeling in deze zaak van het verwijt dat aan de verdachte wordt gemaakt ter zake van deelneming aan dezelfde criminele organisatie en ter zake van strafrechtelijke betrokkenheid bij in- en uitvoer van hard drugs en in het bijzonder bij amfetamine. Het is immers de normale, wettelijke taak van de rechter die heeft te beslissen omtrent de in artikel 348 en 350 WvSv bedoelde vragen, daarbij uitsluitend te oordelen op de grondslag van het aan de verdachte ten laste gelegde en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting dienaangaande in de zaak van de verdachte, en daarbij hetgeen hij heeft beslist in andere zaken, van andere verdachten, buiten beschouwing te laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e, en de alinea staat in dat document op bytes 18004 tot 18957.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e | shasum -a 256