Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO5050.
4.2. De steller van het middel betoogt dat de motivering van de verwerping van het verweer voorbijgaat aan de kernvraag, te weten of de gereleveerde omstandigheden de objectieve vrees bij verdachte konden doen ontstaan dat hij niet door een 'impartial tribunal' zou worden berecht. De steller van het middel beroept zich in het bijzonder op de zaak Ferrantelli en Santangelo.(1) Voorts zou het hof ook een te beperkte visie etaleren op de rechtspraak van de Hoge Raad dienaangaande en zou het miskend hebben dat de rechtbank niet enkel zich in de bewezenverklaringen van twee mededaders heeft uitgelaten over verdachtes bijdrage, maar ook nog eens in nadere overwegingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e, en de alinea staat in dat document op bytes 21464 tot 22148.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e | shasum -a 256