Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO5050.

Ook nadat de Hoge Raad van het arrest inzake Ferrantelli en Santangelo kennis heeft kunnen nemen is hij gebleven bij zijn opvatting dat de vrees dat de rechter partijdig zou zijn omdat hij al eerder medeverdachten heeft veroordeeld en daarbij de naam van verdachte heeft betrokken niet objectief gerechtvaardigd is.(6) De rechter spreekt immers in de nieuwe zaak recht op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting, en doet onderzoek los van de resultaten van het onderzoek ter terechtzitting tegen medeverdachten. De rechter is in de zaak tegen de ene verdachte op geen enkele wijze gebonden aan de resultaten van het onderzoek ter terechtzitting tegen een andere verdachte. In de onderhavige zaak is het niet anders. Daaraan doet niet af dat in de vonnissen tegen medeverdachten de naam van verdachte is genoemd in bewezenverklaringen en bijzondere overwegingen, omdat dit het resultaat is van een geheel ander onderzoek tegen anderen gevoerd. De verdachte heeft in zijn eigen zaak alle gelegenheid de tegen hem ingebrachte verwijten te bespreken en eventueel aan te vechten. Ik citeer uit de uitspraak van het EHRM in de zaak Thomann, waarin dezelfde rechters die bij verstek hadden veroordeeld vervolgens in de verzetprocedure oordeelden:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e, en de alinea staat in dat document op bytes 26794 tot 28098.