Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO5050.
Evenmin deel ik de mening van de steller van het middel dat het hof blijk zou hebben gegeven van een te beperkte visie op de problematiek doordat het hof zou hebben aangenomen dat een gerechtvaardigde vrees zich slechts zou kunnen voordoen in gevallen die te vergelijken zijn met HR NJ 1998, 187. Het hof heeft immers in overweging 3.9 tot uitdrukking gebracht dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen die zouden kunnen doen twijfelen aan het uitgangspunt dat de rechter geacht moet worden onpartijdig te oordelen. Het hof heeft 'in het bijzonder' nog overwogen dat zich de situatie als waarvan in HR NJ 1998, 187 sprake was, hier niet voordoet. Uit deze verbijzondering valt geenszins af te leiden dat het hof van een te beperkte reikwijdte van art. 6 lid 1 EVRM is uitgegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e, en de alinea staat in dat document op bytes 28900 tot 29698.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/854c19e006bf695b21d8dd2666acafadf885713bd7291ab83310c3f66283595e | shasum -a 256