Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2004
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO5848.
10. Het oordeel van het Hof moet aldus worden begrepen dat genoemde omstandigheden niet in de weg staan aan het oordeel dat de door verbalisanten betreden ruimte in de bedrijfshal niet als een woning moet worden aangemerkt. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.(2) Het enkele feit dat zich in een ruimte een bankstel, een televisietoestel en een keuken bevinden en dat verdachte daar wel eens sliep, maakt van die ruimte nog geen woning omdat daarmee nog niet is gezegd dat in die ruimte ten tijde van het binnentreden zich verdachtes privé-leven afspeelde. De inrichting van de ruimte zoals die van de zijde van verdachte is beschreven past immers heel wel bij gebruik van die ruimte als schaftruimte zoals deze in een bedrijfsgebouw aanwezig pleegt te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/403d85f48254e6928a8719a45a2415bfd002173c87cab1f8c8ddb110497180e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 403d85f48254e6928a8719a45a2415bfd002173c87cab1f8c8ddb110497180e3, en de alinea staat in dat document op bytes 10817 tot 11638.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/403d85f48254e6928a8719a45a2415bfd002173c87cab1f8c8ddb110497180e3 | shasum -a 256