Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2004

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO5848.

"Vooropgesteld moet worden dat bij de Wet van 27 mei 1999, Stb 243 tot herziening van het gerechtelijk vooronderzoek (verder ook: de Wet) onder meer opnieuw is geregeld de bevoegdheid van gewone opsporingsambtenaren tot inbeslagneming en de daaraan gekoppelde bevoegdheid om daartoe elke plaats te betreden. In de parlementaire geschiedenis van de Wet wordt onderscheid gemaakt tussen het betreden van de desbetreffende plaats, het aldaar zoekend rondkijken en het inbeslagnemen van voor de hand liggende voorwerpen enerzijds, en het doorzoeken van die plaats anderzijds. Tot dit laatste is in een geval als het onderhavige ingevolge art 96c Sv uitsluitend de officier van justitie of in bepaalde gevallen een hulpofficier van justitie, gemachtigd door de officier van justitie, bevoegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/403d85f48254e6928a8719a45a2415bfd002173c87cab1f8c8ddb110497180e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 403d85f48254e6928a8719a45a2415bfd002173c87cab1f8c8ddb110497180e3, en de alinea staat in dat document op bytes 12592 tot 13392.