Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2004

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO6495.

9. Het is echter niet zeker of het zover zal kunnen komen. Hierboven wees ik er reeds op dat uit de aan de Hoge Raad toegezonden stukken blijkt dat de inbeslaggenomen auto, met het van fabriekswege daarin aangebrachte Voertuig Identificatie Nummer, is gestolen terwijl zij toebehoorde aan een, in deze stukken met name genoemde, eigenaresse die in Mönchengladbach woont. Weliswaar is daarbij geen adres vermeld, maar het lijkt op zijn minst waarschijnlijk dat de politie dat adres had kunnen achterhalen. Dat roept de vraag op of het Openbaar Ministerie heeft voldaan aan het in art. 552ca, derde lid, Sv gegeven voorschrift, en of de Rechtbank niet had behoren te handelen overeenkomstig het vierde lid, tweede volzin, van art. 552a Sv. Naleving van deze bepalingen lijkt in de onderhavige zaak geboden te zijn omdat, indien een ander dan de beslagene stelt een beter recht op het inbeslaggenomene te hebben, beoordeeld dient te worden of die ander redelijkerwijs als rechthebbende is te beschouwen, in welk geval - in afwijking van de in art. 116, eerste lid, Sv geformuleerde hoofdregel - de teruggave aan die rechthebbende dient te worden gelast, vgl. HR NJ 2002, 109.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75ea89ea81c8c7e66d791e8802e410b7dca435791e8cbc787a0bad8bc7af8d29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75ea89ea81c8c7e66d791e8802e410b7dca435791e8cbc787a0bad8bc7af8d29, en de alinea staat in dat document op bytes 11819 tot 13005.