Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO7004.

Partijen hebben staande huwelijk op 6 augustus 1976 huwelijkse voorwaarden gemaakt, houdende uitsluiting van iedere gemeenschap met een verrekenbeding in de artikelen 2, 3 en 4. In rechtsoverweging 4.1 van het bestreden vonnis van 3 maart 1999 overweegt de rechtbank dat partijen het er over eens zijn dat de huwelijkse voorwaarden die zij staande hun huwelijk hebben gemaakt uitsluitend tot doel hadden het tot dan toe gemeenschappelijke vermogen te vrijwaren voor uitwinning door mogelijke toekomstige zakelijke schuldeisers van de man en dat zij ook na de verdeling van de boedel in financiële zin hebben gehandeld alsof zij nog steeds in gemeenschap van goederen waren gehuwd. In 4.2 overweegt de rechtbank dat gelet op de uitdrukkelijke bedoeling van partijen en hun daarmee overeenstemmende handelwijze de rechtbank van oordeel is dat een afrekening tussen partijen alsof zij in algehele gemeenschap gehuwd waren gebleven veel meer in de rede ligt dan een afrekening waarbij van gescheiden vermogens wordt uitgegaan. (...) In het eindvonnis van 29 september 1999 borduurt de rechtbank op deze gedachte voort. Door het maken van huwelijkse voorwaarden hebben partijen uitdrukkelijk gekozen voor een bepaald huwelijksvermogensregime. De akte van huwelijksvoorwaarden is duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. De bedoeling van partijen noch de redelijkheid en billijkheid kunnen hieraan afdoen. In zoverre slagen de grieven van de vrouw."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7d49b90cdac0d3031bd6dfcb21742bff84aa157ea3389f6fbd5fe8ddda6050. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7d49b90cdac0d3031bd6dfcb21742bff84aa157ea3389f6fbd5fe8ddda6050, en de alinea staat in dat document op bytes 24817 tot 26283.