Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO7721.

3) Bij vonnis van 22 januari 2003 heeft de rechtbank voor recht verklaard dat de Gemeente en de Politieregio Groningen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [verweerder] c.s. geleden immateriële schade. De rechtbank heeft daartoe overwogen, samengevat en voorzover in cassatie van belang, dat de politie redelijkerwijze niet had kunnen komen tot de beslissing niet in te grijpen na het eerste besluit tot tijdelijke terugtrekking van de aanwezige eenheden om 22.35 uur (r.o. 4.3). Dat de Politieregio civielrechtelijk aansprakelijk is voor het optreden van de ambtenaren volgt uit de memorie van toelichting op art. 21 lid 4 Politiewet; voor de aansprakelijkheid van de Gemeente heeft de rechtbank o.a. art. 172 Gemeentewet alsmede art. 12 en art. 23 Politiewet aangehaald (r.o. 4.4). De nalatigheid van de Gemeente en de Politieregio heeft naar het oordeel van de rechtbank ertoe bijgedragen dat [verweerder] c.s. zich langer dan nodig op ernstige wijze bedreigd hebben moeten voelen in hun eigen woning (r.o. 4.6). Volgens de rechtbank is i.c. sprake van een aantasting van de persoonlijke levenssfeer en met name van een schending van het recht op eerbiediging van de woning. Onder de in art. 6:106 lid 1 sub b BW bedoelde categorie van gevallen waarin iemand "op een andere wijze in zijn persoon is aangetast" vallen ernstige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer. Uit de tekst van het artikel en zijn totstandkomingsgeschiedenis blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat het bestaan van psychische schade geen noodzakelijke voorwaarde is voor de vaststelling dat van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door het toebrengen van lichamelijk letsel of door het schaden van de eer en goede naam, sprake is. In het onderhavige geval is voldoende het gevoel van grote onveiligheid en het ernstig geschokte rechtsgevoel van de burger die de hulp en de bescherming van de overheid te lang moet ontberen wanneer hij door derden wordt belaagd in zijn eigen woning. De rechtbank heeft het verder aannemelijk geacht dat ook de zoon, al was hij op de avond van de ongeregeldheden niet thuis, in zijn persoon is aangetast, zij het wellicht in geringere mate (r.o. 4.7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3ee79fcf5622c473a9887d4d4447a839463cdd577931436844575483c5d6db9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3ee79fcf5622c473a9887d4d4447a839463cdd577931436844575483c5d6db9, en de alinea staat in dat document op bytes 14693 tot 16891.