Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO7721.
10) Volgens subonderdeel 2.2 heeft de rechtbank in r.o. 4.7 miskend dat schending van het recht op eerbiediging van de woning niet (zonder meer) grond geeft voor het toekennen van immateriële schadevergoeding wegens aantasting van de persoon op een andere wijze dan door het oplopen van lichamelijk letsel of door te zijn geschaad in eer of goede naam als bedoeld in art. 6:106 lid 1 onder b BW. Het betoogt dat schendingen van het recht op eerbiediging van de woning in beginsel geen aantasting van de persoon in de zin van art. 6:106 lid 1 onder b BW opleveren, ook niet wanneer sprake is van een gevoel van grote onveiligheid en een ernstig geschokt rechtsgevoel. Vereist zou zijn een voldoende direct verband met de (integriteit van de) persoon, hetgeen i.c. zou ontbreken, dan wel (ernstige) psychische schade, maar die heeft de rechtbank niet vastgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3ee79fcf5622c473a9887d4d4447a839463cdd577931436844575483c5d6db9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3ee79fcf5622c473a9887d4d4447a839463cdd577931436844575483c5d6db9, en de alinea staat in dat document op bytes 27339 tot 28214.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3ee79fcf5622c473a9887d4d4447a839463cdd577931436844575483c5d6db9 | shasum -a 256