Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO9549.

3.23 Deze klacht mist feitelijke grondslag. Weliswaar heeft Vixia in haar conclusie van dupliek in eerste aanleg aangevoerd dat zij [verweerder] medio april 2001 per 1 juni 2001 ander passend werk heeft aangeboden, maar zij doet in verband daarmee geen beroep op loonmatiging. Het lijkt er eerder op dat zij die stelling aanvoert in het kader van de omstandigheden van het geval (te weten de gevolgen voor [verweerder]) aan de hand waarvan moet worden beoordeeld of van een dringende reden sprake is (vgl. onderdeel 5 van het cassatiemiddel). Dat de Kantonrechter in die stelling kennelijk aanleiding zag om (ten overvloede) de loonvordering ambtshalve te matigen, althans te laten vervallen per 1 juni 2001, waartegen Vixia zich (uiteraard) niet heeft verzet, maakt niet dat in de enkele stelling dat Vixia [verweerder] medio april 2001 per 1 juni 2001 ander passend werk heeft aangeboden, een beroep op matiging van de loonvordering moet worden gelezen, dat het Hof als zodanig moest behandelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abc3598d1c7c279ef5a735aef48e8e475675ababb8d7b0ba33f611c567f352f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abc3598d1c7c279ef5a735aef48e8e475675ababb8d7b0ba33f611c567f352f5, en de alinea staat in dat document op bytes 28383 tot 29394.