Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2004

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO9639.

Voorts vermoed ik dat het hof nauwkeurig het proces-verbaal van 29 januari 1999 van verbalisant H. Meijer heeft gelezen en dat het het hof is opgevallen dat daarin sprake is van 'verschillende bronnen'' waaruit de verdenking jegens verdachte voortvloeit. Voorts heeft het hof klaarblijkelijk ook het proces-verbaal van getuigenverhoor van 15 augustus 2002, weergevende het resultaat van het verhoor door de rechter-commissaris van de getuige H. Meijer, bestudeerd en daarin wederom gelezen dat de informatie over verdachte van verschillende bronnen afkomstig was. In dat proces-verbaal heeft het hof de verklaring kunnen aantreffen waarom het proces-verbaal tegen de verschillende verdachten is gesplitst. Dat geschiedde op verzoek van de leiding van het ZwaCri-team en niet op initiatief van de getuige Meijer, chef van de CIE, terwijl hij toch degene was die naar eigen zeggen de informanten had benaderd. In zijn overwegingen heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat de stelling van de verdediging dat de informatie slechts afkomstig zou zijn uit één bron, te weten een medeverdachte, niet aannemelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4ea6740b98711663cbd990998c3a9fc5665f55b1c981641f0decb002fdf8a18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4ea6740b98711663cbd990998c3a9fc5665f55b1c981641f0decb002fdf8a18, en de alinea staat in dat document op bytes 15470 tot 16595.